De Correspondent is oude wijn in nieuwe zakken

Voorpagina De CorrespondentMooi initiatief van Rob Wijnberg, ex-chef van NRC-Next, om een nieuw journalistiek platform op te richten. Toch heb ik mij niet ingeschreven voor De Correspondent. Zestig euro kan ik nog wel missen; en nieuwe journalistiek, wat Wijnberg beweert te gaan bedrijven, verdient alle steun.

De Nieuwe Pers sponsorde ik vorig jaar van ganser harte, en ik zou het onmiddellijk weer doen mocht het nodig zijn. Terzijde: ze zijn nu al meer dan een maand aan het produceren, en ik heb nog geen letter kunnen lezen. Later vandaag komt hun website in de lucht, heb ik begrepen, maar als fanatiek Apple-hater begrijp ik eigenlijk niet waarom ze eerst een iPhone/iPad-app hebben gemaakt, en daarna pas over Android zijn gaan denken – dat nota bene een groter marktaandeel heeft!

Waarom voelt het nou zo anders bij De Correspondent? Deels is het de fanfare waarmee het product in de markt wordt gezet. Een hele stoet aan notabelen is ingeschakeld, wat Wijnberg meteen een plek in De Wereld Draait Door opleverde. Prima hoor, het is hem hartelijks gegund, maar ik vind het wat unfair tegenover De Nieuwe Pers die heel wat kariger werd bedeeld met gratis reclame. Het inschakelen van al deze bekende Nederlanders is bovendien enigszins misleidend. Ik kan me ten minste niet voorstellen dat Arnon Grunberg of Femke Halsema, hoe respectabel ook, regelmatig het soort diepgravende journalistiek bedrijven waarmee Wijnberg groot wil worden.

Wat mij echter veel meer dwars zit is het gat tussen pretentie en praktijk.

Pretentie: dagelijkse productie, geen nieuws, maar vooral uitleg en duiding, door uitgesproken correspondenten. Uiteindelijk gaat het erom ‘diepere inzichten te bieden’. Voor zestig euro per jaar mag je niet meepraten over de journalistieke inhoud, maar krijg je wel medezeggenschap over een deel van het rendement.

Insinuatie die hierachter schuil gaat: bij de traditionele media wordt te weinig aan uitleg en duiding gedaan. Er worden geen diepere inzichten geboden. De traditionele media drijven op hypes. En ze stoppen een hoop dode bomen door de brievenbus en zijn dus niet mee in de moderne tijd.

Die insinuatie vind ik unfair. Er is genoeg kritiek te leveren op het innovatiebeleid van NRC en de Volkskrant, en dat heb ik op deze plek al vaak gedaan. Maar ik heb nooit beweerd dat hun journalistiek niet deugt. Integendeel, dit zijn wat mij betreft nog steeds kwaliteitskranten die tot het beste behoren wat de Nederlandse journalistiek te bieden heeft.

Als De Correspondent werkelijk gebruik gaat maken van alle journalistieke mogelijkheden die het internet biedt – ja, dan ben ik om. Maar van die plannen zie ik dan weer bitter weinig terug. Datajournalistiek, crossmedialiteit, user generated content, journalistiek gebruik van sociale media – grote gaten die de Volkskrant en NRC laten liggen, en waar De Correspondent zo in zou kunnen stappen. Zouden ze dat gat vullen, dan mag je wat mij betreft spreken over echte vernieuwing.

In plaats daarvan: meer achtergrond, meer duiding, meer context. Meer van hetzelfde dus. Oude wijn in nieuwe zakken.

En dan: wie enig zicht heeft op de veranderingen in de manieren waarop consumenten met nieuws en informatie omgaan, weet dat consumenten niet meer trouw zijn aan een nieuwsmerk. Ze maken dagelijks andere keuzes en zijn in die zin veel wispelturiger geworden. Ik kan een liefhebber zijn van het kunstprogramma Podium en het kitschprogramma RTL-Boulevard. Ik kan ‘s ochtends naar Radio 4 luisteren, en ‘s middags naar 538. Maakt me niks uit. Ik ga voor programma’s die ik mooi vind, en ik wil lezen wat mij boeit. Dat kan net zo goed een verhaal zijn in Trouw als in de Amersfoortse Courant of de Volkskrant. Of De Correspondent.

Dwing mij niet om 60 euro neer te leggen voor een massaproduct. Terwijl het ook zo anders kan. Bij De Nieuwe Pers kan ik kiezen welke journalisten ik interessant vind. Elinea biedt mij de mogelijkheid om te abonneren op losse rubrieken of journalisten van alle meewerkende uitgevers.

Wat ik zei: De Correspondent is hetzelfde garen op een ander klosje.

Nieuwe Pers, nieuwe redactie, nieuwe journalistiek

Uit een mislukking ontstaan soms de mooiste nieuwe initiatieven. Vandaag werd bekend dat De Nieuwe Pers (opvolger van het ter ziele gegane gratis dagblad De Pers) met een voor Nederland compleet nieuw redactiemodel van start gaat. Er komen geen redacteuren in vaste dienst. Individuele journalisten schrijven De Nieuwe Pers vol – en lezers kunnen een abonnement nemen op hun favoriete auteurs. Een schoolvoorbeeld van het nieuwe denken in de journalistiek, dat hopelijk op bredere schaal navolging krijgt.

Waarom is deze structuur een goed idee? Omdat het nodig is dat de journalistieke beroepsgroep stevig door elkaar wordt geschud. De journalistiek is een vakgebied waarin de veranderingen snel gaan – te snel voor de meeste vakbroeders, die van de weeromstuit in hun schulp kruipen en liever zo weinig mogelijk kennis nemen van wat de nieuwe media vermogen. Journalisten zijn conservatief – de meesten snappen de meerwaarde niet van Twitter en Facebook, het werken voor de website beschouwen ze als beneden hun stand, en het contact houden met je eigen publiek via de sociale media is hun een gruwel.

Het model van De Nieuwe Pers is niets voor die oude garde, maar juist wel voor een gelukkig snel toenemend aantal moderne journalisten. Jan-Jaap Heij, hoofdredacteur, stelt dat sommige journalisten meer volgers hebben op Twitter dan hun krant abonnees heeft. Het zijn deze journalisten waarop De Nieuwe Pers een beroep wil doen. Het zijn de types die al lang hebben begrepen dat je je publiek veel breder (en beter) bedient als je er bent voor je lezers en kijkers op de momenten die ertoe doen. Deze journalisten zijn zelf 'merknamen' geworden – en dat is een trend die volgens Heij alleen maar zal toenemen. Ik denk dat hij gelijk heeft.

De rechtbankverslaggever kan het zich niet permitteren te wachten tot het zakken van de krant voordat hij zijn bericht de wereld in slingert – nee, heet van de naald bericht hij op Twitter wat de advocaat zegt, en hoe de Officier van Justitie repliceert. En de Haagse correspondent meldt niet alleen wat hij op de officiële persconferenties hoort, hij meldt ook de laatste geruchten en houdt zijn geïnteresseerd publiek voortdurend op de hoogte van het laatste nieuws. Heij en zijn mede-initiatiefnemer, uitgever Ben Rogmans, zullen in staat blijken om hun collega's en medewerkers te selecteren op kwaliteit – bij hen geen vastgeroeste oudgedienden, maar collega's die met hun tijd zijn meegegaan en weten hoe je moderne journalistiek bedrijft.

Ik heb eigenlijk maar een enkele twijfel bij het model dat Heij en Rogmans proberen in te voeren. Ik ben zelf als journalist opgegroeid in een tijd dat de journalistieke 'identiteit' van je werkgever een grote rol speelde – en nog steeds zijn de traditionele nieuwsmerken in Nederland ijzersterk. De identiteit van NRC is compleet anders dan die van de Telegraaf. Wie bij RTL in dienst komt, zal niet zo snel voor de VARA willen werken. Die identiteit beïnvloedt zowel redacties als publiek. Als er geen vaste redactie meer is, en alleen 'kwaliteit' kenmerkend moet zijn voor De Nieuwe Pers – krijgt deze publicatie dan wel kans een eigen identiteit op te bouwen?

Het kan best zijn dat deze identiteit, de identificatie met het merk en alle waarden waar dit merk voor staat, al lang niet meer zo belangrijk zijn. Als dat zo is, is dat ook geen probleem voor De Nieuwe Pers. Maar zo niet – dan zouden Heij en Rogmans er verstandig aan doen aan dit probleem nog een enkele gedachte te wijden.