Democratie is ook niet alles

Democratie is ook niet alles, ook niet op een bij uitstek democratisch medium als het internet. Misschien juist niet daar.

Herinnert u zich Candy Barr? Ik schreef een paar weken geleden over haar, een deelnemer aan het Volkskrantblog die een sterke en ook tamelijk grove tekst had gemaakt over haar ervaring met een paar Marokkaanse jongens op straat. Candy Barr maakte sterke teksten, plaatste mooie foto’s, en wekte in het algemeen de indruk een beeldschone en geëmancipeerde Marokkaanse dame te zijn. Maar, schreef ik, we weten dat niet zeker. Voor hetzelfde geld schuilt in deze schrijfster een gefrustreerd Nederlands mannetje van middelbare leeftijd.

Vorige week kwam de aap uit de mouw. Inderdaad, achter Candy Barr ging Robert Engel, een Hollandse vent, schuil. En, wonder boven wonder, laat Engel nou de enige blogger zijn die we ooit met hebben en houden van het Volkskrantblog hebben verwijderd! Dat gebeurde in oktober, kort na de start van ons weblog. Niet zozeer omdat hij politiek incorrect was (hoewel dat wel het geval was, af en toe) maar omdat een medeblogger klaagde dat hij haar lastig viel.

Achteraf hadden we spijt van Engels definitieve verwijdering. De man kon schrijven en had controversiële meningen – en daar drijven succesvolle weblogs op. De spijt werd geleidelijk aan groter toen we zagen in welke richting het weblog zich ontwikkelde. De bezoekers bepaalden de samenstelling van de voorpagina, door berichten aan te bevelen. De meest aanbevolen berichten haalden zo de meest prominente plaatsen.

Dat was en is een heel democratisch systeem, maar het leidde er niet toe dat ook de beste bijdragen altijd de plek kregen die ze verdienden. Geleidelijk aan begon het weblog steeds meer het karakter te krijgen van een virtuele buurtkroeg. Bijdragen werden niet langer gewaardeerd om hun intrinsieke kwaliteit, maar vanwege de persoon van de blogger die ze had gemaakt. Webloggers keken te veel naar elkaar, te weinig naar de wereld. Het dieptepunt wat mij betreft werd bereikt toen een in alle opzichten schattige kindertekening de top tien haalde. Aardig hoor, daar niet van, maar niet het soort bericht dat wij voor ogen hadden bij het ontwerp van het Volkskrantblog.

De doorbraak van Candy Barr, die vanuit het niets omhoog schoot naar de eerste plaats, bevestigde ons in ons idee dat beeldvorming en imago een belangrijker rol speelden dan kwaliteit. In het licht van het voortdurende experiment dat het Volkskrantblog is, besloten we toen de voorpagina op een andere leest te schoeien.

De democratie heeft (deels) plaats gemaakt voor ouderwetse journalistieke selectie. De redactie heeft een lijst gemaakt van een aantal bloggers van wie zij vindt dat zij de afgelopen maanden consistent een redelijke, in ieder geval beter dan gemiddelde kwaliteit heeft geleverd. En zij heeft deze bloggers in een apart lijstje geplaatst. Berichten van hun hand komen nu standaard op de voorpagina terecht. Die lijst is niet voor de eeuwigheid: hij kan te allen tijde ingekort, uitgerekt of geamendeerd worden. Maar we bemerkten zowel bij bezoekers als bij onszelf een groeiende behoefte aan een gids door het Volkskrantblog-oerwoud. En, niet onbelangrijk: de door de redactie uitgekozen bloggers zijn bij ons met naam en toenaam bekend. Wel pseudoniemen, maar geen onbekende grootheden.

Nog steeds hebben onze bezoekers de mogelijkheid om berichten naar boven te stemmen. En nog steeds kunnen onze bezoekers hun eigen voorpagina te bepalen: door simpelweg in het menuutje ‘aanbevolen door bezoekers’ in plaats van ‘de redactie beveelt aan’ te kiezen. Maar de redactie heeft haar keuze gemaakt. En in die keuze hoort ook Engel thuis.

Zijn terugkeer is gekoppeld aan een geavanceerder systeem van verbanning: we hoeven niet meer onmiddellijk naar de veel te radicale maatregel van definitieve verwijdering te grijpen als iemand de regels overtreedt. En we hebben een echt beroepssysteem ingesteld: wie het niet eens is met een maatregel van de internetredactie, kan zijn beklag doen bij de Ombudsman van de Volkskrant.

Het zijn controversiële besluiten – er werd deze week heftig gereageerd toen we ze bekend maakten; maar we denken dat ze op de lange termijn het beste zijn voor de ontwikkeling van het Volkskrantblog.

(Deze column verschijnt in de papieren krant van 20 januari)

Journalistiek wordt tweerichtingsverkeer

Deze week woon ik, samen met een aantal collega’s, in Duitsland een serie workshops bij over ‘Newsplex’. Dit is de term die de organisatie, een uitgeversclub die Ifra heet, heeft bedacht voor de ‘newsroom of the future’ – de redactieruimte van de toekomst. Het gaat hier alleen maar over journalistiek, en over de vraag hoe de journalistieke praktijk zal veranderen door het veranderend mediagebruik en nieuwe technologieen.

We spelen met gadgets en hebbedingetjes, en experimenteren met allerlei modieuze praktijken: we zijn aan het ‘podcasten’ en aan het ‘mobloggen’; we nemen onszelf op met webcams en maken multimediale presentaties. Machtig interessant allemaal, en heel leuk speelgoed.

Als u alleen de papieren krant leest, zult u voorlopig weinig verandering merken; al deze nieuwe technieken zijn vooral geschikt voor de nieuwe distributiekanalen van de Volkskrant: internet, mobiele telefoons, en wat later misschien ook televisie en radio. We worden gedwongen om ons deze technieken eigen te maken. Jongeren keren zich af van de papieren krant en nemen het nieuws op heel andere manieren tot zich. De grote uitdaging waar de Volkskrant en andere titels nu voor staan, is om deze nieuwe markten te veroveren zonder zijn traditionele lezers kwijt te raken.

De Volkskrant weblogs zijn voor ons een experiment die in dezelfde categorie vallen als de video’s die wij maken en presenteren op onze site, of de samenwerking die wij met televisieproducent Palazzina hebben.

Herbert Blankensteijn vindt het maar niks, zo blijkt uit zijn artikel (gereproduceerd onder dit artikel), dat experiment met het Volkskrantblog. ‘Het is een tragisch misverstand dat webloggen een inherent journalistieke activiteit is’, schrijft hij. Ik moet hem daarin gelijk geven; maar we hebben dat ook nooit beweerd. Een schrijver van een weblog kan journalistiek bedrijven; maar doet dat in verreweg de meeste gevallen niet. Verreweg de meeste online dagboeken, ook bij de Volkskrant, zo hebben we al eerder vastgesteld, zijn niet meer dan dat: dagboeken. Sommige zijn goed geschreven, sommige onbegrijpelijk, de meeste zitten er tussenin.

Moeten wij ons dat aantrekken? Nee, vind ik. Mocht er op een gegeven moment echte burgerjournalistiek bedreven worden op ons weblog, dan is de Volkskrant spekkoper. Maar als het opsporen van journalistiek talent of het opduikelen van primeurs ons enige doel was, zouden we naief zijn.

We zijn het weblogsysteem ook begonnen omdat we denken dat de tijd voorbij is dat de journalistiek eenrichtingsverkeer is. Consumenten van het nieuws stellen steeds meer vraagtekens bij de traditionele journalistiek. Ze willen hun eigen verhaal, hun eigen waarheid vertellen. Bedrijven ze daarmee meteen alternatieve journalistiek? Nee, natuurlijk niet. Elementaire journalistieke mores (hoor en wederhoor, scheiding van mening en feiten) worden vaak met voeten getreden. Maar is het daarom afkeurenswaardig? Nee, zo’n verhaal is een nieuwe kleur op een rijk palet, dat uiteindelijk ook een verrijking voor de journalistiek van de Volkskrant kan betekenen. Het is voor mij eigenlijk onvoorstelbaar dat we ooit zouden ophouden met het Volkskrantblog. Zo’n maatregel zou een grote stap terug betekenen in het leerproces dat deze krant ondergaat in de omgang met de nieuwe media.

Blankensteijn vindt ook dat wij ons te veel aanpassen aan de cultuur van het internet. We maakten een keuze. We hadden kunnen zeggen: wij leggen onze normen op, en op het weblog van de Volkskrant komen alleen door de Volkskrant goedgekeurde berichten te staan. Dat was de gemakkelijke keuze geweest, want we hadden kunnen doorgaan in de volle overtuiging dat onze manier de enige juiste is.

Wij maakten de moeilijke keuze om het open te gooien. Daarmee stellen we ons kwetsbaar op: als het tegenzit, geef je ruim baan aan een hele stoet dwazen en zotten. Als het meezit, werkt zo’n maatregel als het openzetten van de ramen na een lange donkere winter. Tot nog toe zit het mee. Af en toe regent het binnen, of wordt het erg fris: dan passen we het systeem aan. Het Volkskrantblog is niet in beton gegoten; in die zin blijft het ook voor de beheerders, voor de redactie, een levenslang leerproces.

(Deze column stond vrijdag in de papieren krant – het stuk van Blankesteijn staat hieronder. Ook een artikel van Volkskrantblogger en communicatiewetenschapper Mark Deuze is hierbij geplaatst.)

Burgerjournalistiek bestaat niet
Herbert Blankesteijn

Thom Meens heeft groot gelijk als hij de anonimiteit aanwijst als een belangrijk euvel van de rage van het webloggen (U, 7 jan.). Burgerjournalistiek, noemt de internetredactie het. Wat is dat voor journalistiek, als de auteurs alles willen kunnen roepen over dingen waar ze niets van weten, volgaarne op de man (of op de redactie) spelen, maar zich zelf verschuilen achter puberale pseudoniemen?

De weblogsite van De Volkskrant lijkt wel de prullenbak van de rubriek voor ingezonden brieven. Al was het maar om die ene reden: geen krant zal een brief afdrukken zonder naam en woonplaats van de afzender, behoudens zeer uitzonderlijke gevallen. Waarom dan wel op een weblog?

Ook Meens lijkt te vinden dat een weblog minder een meneer is dan de krant, dus dat daar wel iets ander normen gelden. Waarom eigenlijk? De weblogsite is van De Volkskrant. De domeinnaam is geregistreerd door Volkskrant BV. De naam van De Volkskrant is erin verwerkt. De weblogsite verwijst naar de site van De Volkskrant en andersom. Het is zonneklaar dat dit medium onderdeel van De Volkskrant is.

De Volkskrant heeft hierbij de rol van provider, dus de krant zal juridisch niet rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor onwaarheid, belediging of onwelvoeglijkheid. Maar ik vind het onbegrijpelijk dat de krant hiermee wil worden geassocieerd, zeker als er pretenties van (burger-)journalistiek omheen hangen. Het lijkt me slecht voor reputatie en imago van de titel, kostbare goederen toch in de journalistiek.

Over het schelden, de loze beweringen en het slechte Nederlands schrijft de internetredactie vergoelijkende woorden: ‘Dat betekent dat er zaken worden gepubliceerd die de krant nooit zelf voor zijn rekening zou willen nemen. Het wezenlijke van burgerjournalistiek is nou juist dat de krant niet meer bepaalt waar de grenzen van het journalistiek betamelijke liggen, maar dit overlaat aan de schrijvers.’ En: ‘Minder prima vind ik de verdachtmakingen over onze integriteit en onze motieven. Toch laten we ons veel welgevallen. Ze horen bij de cultuur van internet en we moeten er maar aan wennen.’

Wat is dat voor zweverige onzin? Weet de internetredactie nu al wat het wezen is van burgerjournalistiek? De krant bepaalt niet waar de grenzen liggen, maar waarom is het de krant die bepaalt dat dat zo is? En hoezo ‘cultuur van internet’? De cultuur van internet is een verzinsel van digitale Jehova’s getuigen. Als de cultuur van internet strijdig is met de wet, is dat jammer voor de cultuur van internet. Als de cultuur van internet niet strookt met normaal fatsoen, dan hoort normaal fatsoen te prevaleren. En als de cultuur van het webloggen botst met die van de de Volkskrant, dan moet De Volkskrant z’n rug recht houden. Waarom neemt de Volkskrant op zijn eigen website anders de journalistieke maatstaven van de krant in acht? Die site maakt toch ook deel uit van internet?

Het is een tragisch misverstand dat webloggen een inherent journalistieke activiteit is. Er is inderdaad wel eens een primeur uit een weblog gekomen (zij het nog nooit uit een van De Volkskrant) maar dat is bijna onvermijdelijk aangezien er astronomisch veel weblogs zijn. Als een krant telefonisch een goeie tip krijgt roept-ie toch ook niet iedereen met een telefoon uit tot burgerjournalist? Overigens gebruiken de schaarse goede webloggers doorgaans hun eigen naam. Het zijn opvallend vaak professionele journalisten.

Thom Meens noemt de weblog een succes; chef internetredactie G.J. Bogaerts vindt dat er van alles wordt geschreven ‘waar de krant niet omheen kan’. Misschien heb ik niet goed opgelet, maar het lijkt me dat de krant uitstekend om de weblogs heen kan, want afgezien van wat Bogaerts er zelf over schrijft heeft niets daaruit de papieren krant gehaald. De ‘pareltjes’ die hij signaleert hebben op mij nog geen indruk gemaakt en blijkbaar op de rest van de redactie ook niet. Dat succes kan dus alleen maar kwantitatief zijn. Burgerjournalistiek is een mooi woord voor een hoop mensen, een hoop pagina’s, een hoop traffic en een hoop inkomstengenererende advertenties – maar geen inhoud. Ik hoop niet dat De Volkskrant het daar in de toekomst van moet hebben.

Over de Ombudsman en het Volkskrantblog

Mijn collega Thom Meens, tevens Ombudsman van de Volkskrant, heeft vandaag het vierde deel gepubliceerd van wat langzamerhand een miniserie is geworden over de Volkskrantblogs.

Laat ik voorop stellen dat ik het prettig vind dat ons experiment zo op de voet wordt gevolgd door de collega’s van de papieren krant. Ik zou het veel erger vinden als we genegeerd zouden worden. Verklaring: internet is lang door veel ‘papieren’ collega’s gezien als een dump die vooral veel geld kostte, die misschien nodig was, maar die verder niets opleverde: geen journalistieke relevantie, en geen geld. Geleidelijk aan is dat beeld, ik denk zo sinds 2001 (het dieptepunt van de internet-crash) aan het verschuiven gegaan; en inmiddels is het volkomen achterhaald. De internetredactie van de Volkskrant mag zich nu verheugen in een grote populariteit, wat ook wordt weerspiegeld in hoofdredactioneel beleid: de internetredactie is bijvoorbeeld de enige die mag uitbreiden en waarin fors wordt geïnvesteerd. Er heeft werkelijk een tamelijk radicale cultuurswitch plaatsgevonden.

Wat niet wegneemt dat er nog veel misverstanden bestaan over het wezen van internetjournalistiek, over de specifieke kenmerken ervan, en over de doelstellingen die we als moderne krant zouden moeten nastreven. De internetredactie en de hoofdredactie hebben het afgelopen jaar heel intensief samengewerkt om die doelstellingen te bepalen. Er is al veel veranderd in de krant en op onze site (zie bijvoorbeeld dit Volkskrantblog), en er gaat nog veel meer gebeuren in de komende maanden. Wie de krant en/of de site volgt, zal dat vanzelf wel zien.

De kritiek van de Ombudsman komt eigenlijk op twee dingen neer: hij kan er niet tegen dat er anoniem wordt geblogd; en hij vindt dat de kwaliteit niet deugt.
Over het anoniem bloggen heb ik me al eerder uitgelaten (hier en hier). Ik vind het verwerpelijk, belachelijk en ongelooflijk klein en laf als mensen zich verschuilen achter pseudoniemen om veilig anderen te beschimpen en stoere politieke uitspraken te doen. Dat is de praktijk bij Geenstijl; de ongelooflijke oppervlakkigheid van die site maakt dat die werkelijk slechts interessant is voor kleuters, en gegeven de reacties die daar worden gegeven, blijkt dat ook hun voornaamste doelgroep. Maar ik heb er geen problemen mee als mensen in hun soms erg persoonlijk getinte online dagboek hun naam niet wensen prijs te geven.
Ook over de kwaliteit van het Volkskrantblog heb ik al eerder geschreven (hier, de laatste keer). En die is zo goed als je mag verwachten van dit iniatief. Er zijn pareltjes, er is bagger, en er is heel veel middelmaat. Prima: dat krijg je als je een openbaar weblog inricht waar iedereen zijn zegje mag doen. Natuurlijk streven we continu naar kwaliteitsverbetering. Lijkt me nogal logisch; en we zijn er nog lang niet uit hoe we dat het beste kunnen doen. Op dit moment zijn het de bezoekers die de kwaliteit bepalen door middel van hun aanbevelingen. Dat is een systeem met voordelen, maar er zijn ook nadelen.

De alternatieven die de Ombudsman voorstelt bevallen me absoluut niet, en dat schrijft hij ook keurig op. Het dwingen tot het bloggen onder de echte naam (wie controleert dat?) of de beperking van de deelname tot Volkskrant-abonnees of geregistreerde sitebezoekers, zou indruisen tegen alles wat we de afgelopen maanden hebben bevochten. Dat zal dus ook niet gebeuren – de Ombudsman is een onafhankelijk instituut binnen de krant, maar hij is niet de baas over het Volkskrantblog.

De ultieme doelstelling laat zich misschien zo formuleren: de journalistiek moet uit de ivoren toren, want het nieuws en de interpretatie ervan zijn niet langer voorbehouden aan professionele journalisten. Het Volkskrantblog moet ertoe bijdragen dat de kloof tussen professionele journalistiek en maatschappij kleiner wordt.

Imago is de helft van de waarheid

Ik begin deze column met iets wat ik nog niet eerder heb gedaan: de integrale overname van een bericht op het Volkskrantblog. Misschien niet geschikt voor gevoelige lezers of voor hen die ervan uitgaan dat wat op internet wordt gepubliceerd geen plaats heeft in de papieren krant. Zij zijn gewaarschuwd: lees niet verder.

“‘Psssssssssssssssssssssssst.’
‘Lekkere billetjes.’
‘Mooie body. Geil.’
‘Lekker beffen?’
‘Waarom zeggie niks, kutwijf?’
‘Ik kan lekker neuken. Met jou’
‘Arrogante hoer!’

Een monoloog in een zonnige stad. Vanmiddag in Amsterdam. Zoals vaker liepen twee Marokkaanse landgenoten achter me. Als ze niet op een straathoek hangen, homo’s in elkaar slaan, mensen wegpesten, brommers stelen, blowen, ouden van dagen helpen met pinnen, uithuwelijken, groeps-verkrachten of stenen door een ruit gooien, dan beledigen ze vrouwen. Respect verlangen ze. Respect is wat ze geven.

Niet alle Marokkanen zijn zo. De meeste niet. Ik ben niet zo. Mijn broer niet. Mijn vader zou hem zijn benen breken. Mijn andere broer ook niet. Mijn moeder zou hem wurgen. En de Marokkanen die wel zo zijn? Die worden geen strobreed in de weg gelegd. Die verzieken de sfeer voor een ander. Die maken dat ik me niet veilig voel en me schaam voor zich moslim noemend tuig. Pas ik me aan, om respect te verdienen in de ogen van die minkukels? Nee. Ik spring nog liever voor de trein.”

Het is een van de eerste bijdragen, vorige week geplaatst, van een Marokkaanse schrijfster die zichzelf ‘Candy Barr’ noemt. Bij haar berichten plaatst zij verleidelijke foto’s van een blote vrouwenbuik. Ze schrijft dat ze 31 is en graag naar naakte dames kijkt. Wij gaan er maar vanuit dat zij inderdaad een 31-jarige vrouw is, dat zij inderdaad Marokkaans is en dat de buik haar toebehoort.We hebben geen manier om dat te controleren; maar doet het er eigenlijk toe? Stel nu dat achter dit bericht in werkelijkheid is geschreven door een lelijk gefrustreerd mannetje van middelbare leeftijd in plaats van een beeldschone assertieve Marokkaanse, zou dat onze perceptie hebben veranderd?

Candy verbaast zich in een volgend bericht over de grote hoeveelheid reacties die haar beschrijving losmaakte. En over het feit dat ze maar liefst 18 aanbevelingen scoorde, waarmee ze vanuit het niets ineens op de eerste plaats in de Volkskrantblog-hitparade terechtkwam. ‘Ik vraag mij af waar ik mijn bliksemstart aan te danken heb. Er zijn bekendere webloggers die het met minder moeten doen, als ik een paar van mijn zakelijke relaties mag geloven. Schrijf ik leuk? Ben ik origineel? Zijn het de foto’s die Fatima van me neemt en vlijtig bewerkt in Photoshop?’

Medeblogger ‘Krokodil’ doet een interessante poging om Candy’s vraag te beantwoorden: ‘Je schrijft goed, zonder meer, en je doet er veel aan om op te vallen en anders te zijn. Alleen de plek al, op het webblog van een krant waar 55% van de lezers een linkse coalitie wil. Je preekt niet voor eigen parochie. De foto´s helpen natuurlijk, en je eerste blog waarin je schrijft dat je dertig bent, er goed uitziet en een boek in de maak hebt. Het zou zomaar een publiciteitscampagne kunnen zijn van het type Donna Tartt… de schrijfster waar heel literair Nederland natte dromen van had.’

Krokodil heeft een punt. Ook op internet is imago de helft van de waarheid. Iemand die slecht schrijft, kan veel goedmaken door het slim te verkopen. Een ander kan de mooiste berichten componeren zonder dat ze iemand opvallen. Spekkoper is natuurlijk degeen die imago en substantie verkoopt. Dat kan Candy. Daarom: wat doet het ertoe wie zij in werkelijkheid is; zij kan schrijven, en ze publiceert mooie foto’s, en ze heeft meningen die uitdagen en prikkelen. Meer hoef je eigenlijk niet te vragen van een weblogger.

(uit de krant van vrijdag 6 januari)

Burgerjournalistiek in optima forma

Een van de mooiste journalistieke genres vind ik de reportage. Het is het verhaal áchter het nieuwsverhaal. Een goede reportage is niet noodzakelijkerwijs een beschrijving van de feiten, maar van de ervaring van de feiten. Een goede reportage laat de lezer de gebeurtenissen meemaken alsof hij er zelf bij was. Een goede reportage laat zich lezen als een roman, of als een thriller: ademloos en in één adem uit.

Journalisten hebben een belangrijke achterstand te overwinnen bij het schrijven van een reportage: ze komen in de regel pas als de ramp al heeft plaatsgevonden en de grote opruiming is begonnen. Ze zijn ter plaatse post facto en komen als mosterd na de maaltijd. Ooggetuigeverslagen zijn zeldzaam en daarom waardevol. Een verslag uit de eerste hand is meestal spannender dan een tweedehands opgetekend verhaal.

Dat bewijst bijvoorbeeld Jeremy Hermanns. Hij was maandag passagier in een toestel van Alaska Airlines waarin op 10 kilometer hoogte de druk wegviel. Er was een gat in de romp gevallen; de cabine vulde zich met de geur van verbrand plastic en vliegtuigbrandstof. ‘Niets kan het hulpeloze gevoel beschrijven dat je bevangt op een moment als dit, als je geen enkele controle meer hebt, je niet kunt ademhalen, en iedereen om je heen verstijfd is van de angst’, schrijft hij op zijn weblog. Zijn verslag wordt gelardeerd met een paar vage maar spannende foto’s, genomen met zijn mobiel, van passagiers in de cabine.

Hermanns is geen professionele journalist. Hij kan wel een pen vasthouden, dat scheelt: zijn verslag leest als een trein. Mede om die reden heeft Hermanns in enkele dagen faam opgebouwd als ‘burgerjournalist’, wiens foto’s en teksten werden gepubliceerd in uiteenlopende media als de Seattle Times en de Seattle Post-Intelligencer. Een andere passagier, Damon Zwicker, maakte opnamen met zijn videocamera die uiteindelijk werden uitgezonden op het lokale televisiestation KOMO.

Nieuwe technologie in mobiele telefoons en elektronische agenda’s maakt het mogelijk dat het vergaren en verspreiden van informatie (foto’s, video’s en teksten) binnen de mogelijkheden van elke burger valt. Vandaar dat we de komende jaren een enorme groei kunnen verwachten van het soort journalistiek als hierboven beschreven. Er is immers nauwelijks meer een nieuwswaardige gebeurtenis denkbaar waar niet een grote groep mensen getuige van is, die als het maar even kan klaar staan met digitaal opnameapparaat. Dit gebeurde het afgelopen jaar bijvoorbeeld al op grote schaal bij de aanslagen in Londen, in juli, en bij het passeren van de orkaan Katarina in New Orleans. Grote media als BBC en CNN maakten grif gebruik van het aanbod van burgerjournalisten om hun materiaal te publiceren.

Deze krant is zich aan het voorbereiden op deze veranderingen. Enkele weken geleden deden we een eerste poging: een dag na de moord op de Nijmeegse Louis Seveke riepen we op onze website getuigen op om zich te melden. Achteraf gezien was dit een ongelukkige zet. Die bewuste moord is immers maar door een heel klein groepje mensen gadegeslagen, en de kans dat hiervan een betrouwbaar ooggetuigenverslag beschikbaar komt, is maar heel klein.

Veel meer kans op succes hebben we als we dit soort oproepen doen bij gebeurtenissen waar veel mensen bij betrokken zijn: bijvoorbeeld het urenlange stilstaan van een trein wegens vermeende terroristische activiteiten van een paar mannen met baarden en Arabische kleding. Maar het hoeven niet altijd harde journalistieke feiten te zijn waarover wordt bericht: een druk bezocht evenement als een concert van de Rolling Stones of de finale van het WK-voetbal kan ook interessant zijn om vanuit het oogpunt van de bezoeker mee te maken.

We zijn ons weblog aan het aanpassen om dit mogelijk te maken. In de loop van januari wordt het mogelijk om met mobiele apparatuur bijdragen en foto’s te plaatsen. We zullen dan ook regelmatiger onze bezoekers vragen om berichten te leveren aan speciaal voor dit doel opgezette weblogs. Stel je voor: als 100 mensen een foto en 3 regels tekst insturen van koninginnedag in Amsterdam of een demonstratie tegen het vreemdelingenbeleid, heb je je ooggetuigenverslag; waardevoller dan een reportage.

Alle macht aan de bezoekers?

Ruim drie maanden, twintigduizend berichten, 2800 gebruikers, elfduizend plaatjes, en zeventigduizend reacties zijn we nu verder op het Volkskrantblog. Eerst maar even die aantallen. Die zijn overweldigend. Dagelijks worden zo’n 250 berichten, ‘meninkjes over niks en alles’ zoals blog-uitgever Ilse het noemt, bij ons gepost. We hebben 6500 unieke bezoekers per dag, die 30 duizend pagina’s bekijken. Dat is een miljoen pagina’s per maand. Ter vergelijking: de nieuwssite van de Volkskrant trekt gemiddeld 110 duizend bezoekers per dag. Het Volkskrantblog staat op de vijfde plaats van populairste bestemmingen op de site van de Volkskrant.

Met dit alles zijn we meer dan tevreden. Al die getallen liggen ver boven onze verwachting; toen we begonnen, half september, was de inschatting dat we blij mochten zijn als we eind december zo’n duizend bloggers zouden hebben. Dat was overduidelijk te pessimistisch.

Maar toch is het niet genoeg. Ons weblogsysteem is gebouwd op massa. Het idee is dat de bezoekers zouden moeten bepalen hoe het grootste deel van de voorpagina van het Volkskrantblog eruit ziet door een stem uit te brengen op het bericht dat naar hun idee een prominente plek verdient. De redactie speelt in die selectie geen enkele rol; het is de ultieme macht aan de bezoeker.

Zo’n systeem staat of valt met massa. Vergelijk het met opiniepeilingen: die worden representatiever naarmate er meer mensen aan meedoen. Een peiling met twee deelnemers is waardeloos.

Bij het Volkskrantblog komen we, ondanks het grote aantal bezoekers, massa tekort om dit systeem echt goed te laten werken. Of wellicht hebben we genoeg bezoekers, maar klikken ze niet genoeg op de aanbevelingsknop. Hoe dan ook is het resultaat dat we, vind ik, te vaak dezelfde namen in de top-tien lijstjes zien terugkeren. Het is niet dat ik deze bloggers: JB, Tijdrover, Jacob Hesseling, Arie, App, Jasper Boon en anderen, hun plek niet gun. Integendeel. Hun stukjes zijn vaak amusant, prikkelend, of interessant. Ze zijn niet voor niks zo populair. Maar hun steeds terugkerende plek op de voorpagina is een fenomeen dat zichzelf versterkt. Andere bloggers krijgen te weinig kans, vind ik.

Illustratief is een stemming die App heeft georganiseerd voor de beste blogger op het Volkskrantblog. JB heeft gewonnen; ongetwijfeld terecht. Maar in de eindstand zien we dezelfde bekende namen weer terug. Zo ontstaat een gemeenschap, een club van mensen die elkaar leren kennen, waarderen en steunen.

Nu onderkent een aantal van deze toppers dit probleem ook en komt met oplossingen aan: zo tipt App elke week een nieuwe, nog onbekende blogger, die wat hem betreft meer voor het voetlicht mag komen. Dat is een prima initiatief, maar ik betwijfel of het voldoende is.

Ik besef dat deze verschijnselen inherent zijn aan het waarderingssysteem dat we hebben gekozen. Alle macht aan de bezoekers: dan moet je ook niet zeuren als die bezoekers aan elkaar gaan klitten en groepsgedrag vertonen.

Maar hierover is het laatste woord nog niet gezegd. Ik vind het belangrijk dat bloggers die ten onrechte over het hoofd worden gezien, toch de plek krijgen die hun toekomt. We beraden ons nu over de beste manier om dit uit te voeren, en in het nieuwe jaar zullen we daar een begin mee maken.

Alle macht aan de bezoekers? Hm, was er niet een wijs man die zei dat absolute macht absoluut corrupt maakt? Daarom: het zoeken blijft naar het correcte evenwicht tussen redactionele ervaring aan de ene kant, en de wensen van de gebruikers en de bezoekers aan de andere kant. Als we dat evenwicht vinden, hebben we de ideale mix en de ideale voorpagina. Dat is een mooie ambitie om na te streven.

Na bijna drie maanden…

Na bijna drie maanden Volkskrantblog wordt hier en daar de vraag gesteld wat nu eigenlijk het doel is van het weblogsysteem, wat de Volkskrant er mee wil doen, wat de toekomstige plannen zijn, en hoe het Volkskrantblog zich zou moeten ontwikkelen. Ik besteed aan dit soort vragen veel aandacht in mijn wekelijkse columns. Maar aangezien die vooral zijn bedoeld voor de papieren krant, en ik de lezers daarvan niet wekelijks wil lastigvallen met hetzelfde thema, is het handig om er hier nog eens apart, en puntsgewijs, op terug te komen.

  1. Vooropgesteld moet worden dat ik ongelooflijk blij ben met de manier waarop het Volkskrantblog zich de afgelopen maanden heeft ontwikkeld. Ik schreef afgelopen vrijdag dat het hier en daar lijkt op een Big-Brotherhuis, en op andere plekken tot een glazen parlement waar wordt gediscussieerd. En er zijn veel meer metaforen te maken. Of een bericht nu in de ene of de andere categorie past, het is mij even lief. De kwaliteit vind ik over het algemeen ongelooflijk hoog – op natuurlijk die enkele zonderling na die niemand lijkt te begrijpen maar die verder ook geen kwaad kan. Ik weet ook dat ik niet alleen sta in die mening. Ook de hoofdredactie is blij met deze nieuwe aanwinst in het VK-assortiment. Wij zijn weliswaar gastheer, maar wij treden slechts faciliterend op: dit Volkskrantblog staat of valt met de inbreng van alle deelnemers en, niet te vergeten, van alle bezoekers die hun reacties achterlaten en met aanbevelingen strooien.
  2. Wat wil de Volkskrant ermee? Daarvoor verwijs ik naar het artikel dat collega Engelsma en ik bij aanvang, half september, schreven. Onze doelstellingen zijn niet veranderd. Maar mocht het Volkskrantblog zich op een andere manier ontpoppen en naar volwassenheid groeien, wie zijn wij dan om dat tegen te houden? Dit instrument is niet langer exclusief van de Volkskrant, maar van alle bijna tweeduizend deelnemers.
  3. Toekomstige plannen? Er zijn er veel, maar geen ervan voldoende ontwikkeld om nu al hier prijs te geven. Wel staat vast dat die plannen groei behelzen, en geen afbraak of afbouw. Los van ontwikkelingen in de software (we werken hard om alles gebruiksvriendelijker te maken), hebben we natuurlijk ook ideeën over hoe we de integratie tussen papieren krant en internet kunnen verbeteren. Daarin speelt het Volkskrantblog een centrale rol. Nogmaals, ik kan hierover nu niet veel meer kwijt, maar als het moment daar is, zijn de bezoekers van deze site de eersten die geïnformeerd worden.
  4. Hoe moet het Volkskrantblog zich ontwikkelen? Ach, idealiter wordt het een podium voor journalistiek talent, waar wij naar hartelust kunnen recruteren, en dat elke maand miljoenen euro’s binnenbrengt aan advertentie-revenuen… 😉 Maar ik zie het Volkskrantblog als een baby, aan het begin van een veelbelovend leven. En net als elke ouder (ik heb een dochter van vijftien en een zoon van twaalf, dus ik weet waarover ik praat) doe je je best om de omgeving zo gezond, warm en veilig mogelijk te maken, maar laat je het kind ook zijn eigen weg vinden. En net als elke ouder ben ik razend benieuwd waar je spruit uiteindelijk belandt – en hoop en verwacht je dat de goot niet zijn uiteindelijke levensdoel zal blijken.

Bloggers, ga vooral zo door! En waarschuw de mensen in uw omgeving dat hier iets bijzonders gebeurt…

Online lynchpartij of serieuze meningsvorming

De groeiende populariteit van het weblog-fenomeen roept bij sommige gevestigde uitgevers steeds grotere weerstand op. Het weekblad Forbes ontpopte zich een paar weken geleden tot woordvoerder van de traditionele uitgeefmachten. Volgens Forbes vormen weblogs ‘het platform voor een online lynchpartij van het gepeupel, dat de mond vol heeft van vrijheid van meningsuiting, maar eigenlijk alleen maar leugens, laster, en smaad verspreidt.’

Forbes heeft het geweten. In een mum van tijd viel de wereldwijde webloggemeenschap over het gerenommeerde zakenblad heen. De meeste bloggers hanteerden daarbij bewoordingen die impliciet het gelijk van de schrijver leken te bevestigen: ongenuanceerde scheldpartijen over het grootkapitaal dat het minder bedeelde volk zijn platform probeert te ontnemen dragen niet echt bij aan de geloofwaardigheid van weblogs als serieus te nemen massamedium.

De reactie van de bloggers, hoewel overtrokken, is ook begrijpelijk. Forbes liet steken vallen in zijn verhaal. Maar interessanter dan de inhoud is het verschijnsel van de negatieve aandacht zelf. Tot nog toe is de mainstream-journalistiek tamelijk positief geweest over de opkomst van het bloggen. Het is omarmd als de inlossing van een oude belofte van het internet, namelijk dat de informatievrijheid nu pas werkelijk gedemocratiseerd zou worden: jan met de pet kan zijn eigen uitgever spelen.

Nu webloggers daadwerkelijk een serieuze invloed uitoefenen, bedrijven van Microsoft tot CNN en ABC en politici van Bill Clinton tot George Bush last van ze beginnen te krijgen, worden weblogs aan eenzelfde soort minutieus onderzoek onderworpen als andere invloedrijke actoren in economie of politiek. Dat lijkt me een gezonde ontwikkeling. Het is een symptoom van de volwassenwording van het blog-fenomeen. Het betekent het einde van wat tot nog toe eenrichtingsverkeer was: bloggers namen de traditionele media als kranten en televisie onder vuur. Ze krijgen nu een koekje van eigen deeg, en worden daarmee eindelijk serieus genomen.

Een van de belangrijkste kritiekpunten op de bloggers (voorzover die zich journalistieke pretenties aanmeten en meer ambities hebben dan het bijhouden van een persoonlijk dagboek) is dat zij relatief gemakkelijk manipuleerbaar zijn. In de Verenigde Staten bestaan goed georganiseerde netwerken die nieuwsbrieven publiceren, denktanks financieren, internetsites onderhouden en digitale televisie produceren. Via deze netwerken (waarin de Democratische en Republikeinse belangengroepen invloed uitoefenen) worden de onafhankelijke mainstream media aangevallen.

Michael Massing besteedde daar vorige week in The New York Review of Books uitgebreid aandacht aan. Een enkele onscrupuleuze criticus kan zijn gal spuien of willekeurig welke politieke tegenstander, daarmee duizenden mensen bereiken, die vervolgens met de kritiek aan de haal gaan en deze herpubliceren op hun eigen weblog, in commentaren op internetfora en gebruikersgroepen. De traditionele media hebben al gauw het nakijken en worden gedwongen om aandacht te besteden aan een verhaal dat eigenlijk nooit een verhaal had mogen worden.

Dat is geen nieuw fenomeen, maar het verdient uitgebreider onderzoek en kritiek dan op dit moment plaatsvindt. En op zowel de webloggers als op de traditionele media rust de verantwoordelijkheid om een antwoord te vinden op de vraag hoe hiermee moet worden omgegaan.

Zo is het voor de Volkskrant te simpel om de webloggerswaarheid af te doen als ongenuanceerd geschreeuw in de marge. Het Volkskrantblog ontwikkelt zich in zekere zin als een soort Big-Brotherhuis. We krijgen inkijkjes in de persoonlijke levens van veel deelnemers, soms saai, soms spannend, soms grappig, soms sexy. Maar het is ook een Tweede Kamer, maar dan van glas, waarin meningsvorming plaatsvindt en mensen met elkaar in discussie treden. Dat is een volledig transparant proces, uitermate interessant om te volgen. Er wordt geschreeuwd (af en toe), maar er wordt ook stevig en grondig gediscussieerd. Een van de interessantste discussies van de afgelopen week vond plaats onder een bericht van een van onze vaste columnisten, Pieter Hilhorst. Hij scoorde 91 reacties van leken en mensen uit het veld onder zijn column over de vrije schoolkeuze en het dilemma van de witte en zwarte scholen. Het is een typisch voorbeeld van vruchtbare interactie tussen lezers/sitebezoekers en krantenmedewerker.

Het Volkskrantblog helpt ons om onze lezers en onze maatschappij beter te leren kennen. In ieder geval indirect moeten we daar journalistiek profijt van kunnen trekken; uiteindelijk zou het resultaat moeten zijn dat we betere kopij schrijven. Die kopij komt uiteindelijk terecht in de Volkskrant classic, de krant van papier zoals de meeste mensen hem kennen. Die is in de afzienbare toekomst onmisbaar. Zelfs de meeste bloggers, schrijft Massing in The New York Review of Books, halen hun bronnen uit traditionele media als kranten en televisie. Uiteindelijk heeft de krant van papier nog steeds een status die het vluchtige internet niet kent. Die status brengen we alleen in gevaar als we onze traditionele rol verliezen van luis in de pels, onderzoeker en criticaster, onafhankelijk verslaggever en scherp analyticus. Behoud van die rol is ook de enige manier om de bloggende critici van de traditionele media de wind uit de zeilen te nemen.

Dit is mystiek, geen wetenschap

Een sms’je ontvangen uit het Cambrium, die prehistorische epoch toen de aarde voor het eerst bevolkt raakte met meercellige organismen? Volgens Volkskrantblogger ‘Betulanordica‘ is het mogelijk.

Weliswaar niet in de vorm van een tekstbericht op je mobiel, maar wel door de fossiele resten uit te lezen van de beestjes die een half miljard jaar geleden de aarde gingen bevolken.

Betulanordica, een alias voor Berco Hoegen, beschrijft de lotgevallen van Opabinia, een diertje dat eerst werd geclassificeerd als geleedpotige, maar dat na later onderzoek buiten de gebruikelijke ordening leek te vallen.
Volgens Betulanordica wordt hierdoor iets belangrijks aangetoond.

‘De algemene gedachtengang is dat de evolutie via eenvoudige levensvormen naar complexe levensvormen verloopt. Opabinia toont aan dat deze gedachtengang niet klopt. Aan het begin van het Cambrium werden de zeeën in een korte tijdspanne bevolkt door talloze dieren. Dit wordt wel de Cambrische explosie genoemd. Het is aannemelijk dat er voor die tijd ook al complexe levensvormen waren, maar die waren van een dusdanige constructie dat ze niet of nauwelijks als fossiel zijn te vinden. Toch zijn er wel sporen en aanwijzingen gevonden.

‘Opmerkelijk is dat tijdens de Cambrische explosie er veel meer dieren waren met een uniek en ongekend ontwerp. Daarmee wordt de algemene gedachtengang dat het leven van simpel naar complex ontwikkelt aardig op zijn kop gezet. Blijkbaar waren er veel meer ontwerpen en veel meer variatie. Veel van die dieren zijn uitgestorven, degenen die het wel gered hebben staan aan de wieg van de ontwikkeling van het leven.

De intrigerende vraag is natuurlijk wat er gebeurd zou zijn als het allemaal net iets anders gelopen was. Waarom zijn juist die dieren uitgestorven. Wat zou er gebeurd zijn als Opabinia het wèl gered zou hebben. Zouden er dan ook dinosaurussen zijn ontstaan? Zoogdieren? Uiteindelijk de mens? Stephen Jay Gould noemt dat ‘replaying life’s tape’. Draai in gedachten de band terug en start hem opnieuw. Verloopt het proces net zo met de huidige uitkomst op loopt het toevallig allemaal net anders? Wij zijn als de mens geneigd onszelf te zien als de kroon op de schepping. Deze gedachte dwingt tot een meer bescheiden opstelling, tot verwondering?’

Het zal voor de gemiddelde lezer van Betulanordica’s bijdragen niet te controleren zijn of zijn beweringen kloppen. Ene ‘meneer Opinie’ reageert met de stelling dat veel van Gould’s onderzoek, waarop de bijdrage van Betulanordica is gebaseerd, inmiddels is achterhaald door nieuw bekende feiten. Ook die bewering is voor de meesten niet controleerbaar. Het Volkskrantblog is geen Wikipedia, de online encyclopedie die qua bereik en betrouwbaarheid de Encyclopaedia Brittanica naar de kroon steekt. Jan en alleman kunnen in Wikipedia bijdragen bewerken en toevoegen; de gedachte is dat de schaal van dit instituut, waar wereldwijd miljoenen mensen aan meewerken, opzettelijke of onbewuste misleiding feitelijk onmogelijk maakt: fouten worden heel snel gecorrigeerd.

Die schaal heeft het Volkskrantblog niet. Wat niet wegneemt dat de sectie ‘wetenschap’ in het weblogsysteem van deze krant een populaire rubriek is. Een van de meest actieve bloggers in dit segment is een schrijver die opereert onder het pseudoniem Tomaso Agricola. Zijn laatste bijdrage gaat over het probleem om negatieve onderzoeksresultaten gepubliceerd te krijgen. Het bericht komt voort uit een stelling van een promovenda in Leiden: ‘De gevleugelde uitspraak “negatief resultaat is ook resultaat” wordt tenietgedaan door het feit dat deze resultaten moeilijk te publiceren zijn. Hierdoor is het waarschijnlijk dat veel onderzoek onnodig vele malen wordt herhaald.’

Volgens Tomaso Agricola is dat uit wetenschapsfilosofisch oogpunt een vreemd fenomeen. Een negatief resultaat stelt je immers een staat een wetenschappelijke theorie definitief te ontkrachten. Een positief resultaat daarentegen levert een veel zwakkere bijdrage aan de wetenschappelijke ontwikkeling: ‘Zelfs als een positief resultaat staat als een huis hoeft de achterliggende theorie nog steeds niet waar te zijn’, aldus Agricola.

‘Qabouter’ signaleert een vreemde ontwikkeling in de wetenschapsrubriek: die wordt volgens hem ook gebruikt door mensen die eigenlijk over mystiek schrijven. Dat roept de vraag op waarom die mystici zichzelf in deze rubriek plaatsen. Kennelijk verleent het stempel ‘wetenschap’ een zweem van legitimiteit aan hun theorieën.

Zo schreef Menno Prins een aantal bijdragen over zijn ‘theorie van alles’, en pent Siegfried W Bok, die zich omschrijft als een ‘monddode ex-klinisch medisch researcher’, een weblog vol onder de kop ‘Eindtijd Openbaringen’.

Qabouter maakt korte metten met Bok: ‘De heer Bok tracteert ons graag op het verhaal dat alles evolueert tot kanker, het eindstadium van het bestaan, waarna het onontkoombare laatste oordeel zal vallen. Dit is een mengsel van religie, doem-profetie en het aanwenden van alle bronnen om je eigen theorietje (alles wordt kanker en eindigt daarin) te bevestigen. Argumenten en bewijsvoering zijn er niet.’

En dat lijken toch onmisbare onderdelen van het wetenschappelijk bedrijf.

Gif uit de blogosfeer

Weblogs zijn niet meer weg te denken van het internet – ze zijn er net zo’n integraal onderdeel van geworden als het world wide web of email. Veruit de meeste blogs laten zich lezen als een dagboek: meer of minder persoonlijke journaals van de gebeurtenissen in je leven.
Een minderheid is op de buitenwereld gericht; en een nog veel kleinere minderheid oefent daadwerkelijk invloed uit met zijn weblog. Daarvoor moet je al gauw de oceaan over, naar de Verenigde Staten, waar politici en gevestigde media de ‘blogosfeer’, noodgedwongen, steeds serieuzer nemen.

Een recent voorbeeld: nog voordat de Italiaanse staatsomroep RAI het nieuws naar buiten bracht dat Amerikaanse troepen bij de belegering van Fallujah in Irak mogelijk fosforgranaten hadden gebruikt en daarmee chemische wapens hadden ingezet, waren Amerikaanse bloggers hiervan al op de hoogte. Eerder dan de RAI zelf verspreidden zij het nieuws dat de omroep over het onderwerp een programma had gemaakt.

En interessant is ook dat de eerste melding, daags voor de uitzending, kwam van een weblog dat zichzelf betitelt als voorstander van een harde aanpak in Irak en als supporter van president Bush. De schrijver, ene ‘Rob’ op sayanythingblog.com, presenteert het bericht als propaganda van Bush’ halfzachte tegenstanders, die alles uit de kast halen om de president en het Amerikaanse leger zwart te maken.

Op het Volkskrantblog worden geen grote onthullingen gedaan, maar wordt wel degelijk politiek besproken. We hebben een aantal categorieën ingericht (politiek, zorg, onderwijs, overheid, wetenschap, werk) die zich goed lenen voor commentaren en columns. Er wordt ook grif gebruik van gemaakt. Jasper Boon, een student die een jaar doorbrengt in Utah, een conservatieve staat in het noorden van de Verenigde Staten, is bezig met een serie van nu al meer dan veertig verhalen over zijn belevenissen. Zijn werk is een mengeling van persoonlijke indrukken en politieke exposés.

Zo schrijft hij over de Amerikaanse voorliefde voor vlaggen en ceremonieel vertoon. Boon nam een paar weken geleden een kijkje bij het leger, onderdeel van zijn voornemen om het land tijdens zijn jaar in de VS zo goed mogelijk te leren kennen. Hij staat stil bij een spreuk die hij op een muur las: “Never forget why you serve: to defend freedom” (Vergeet niet waarom je dient: om de vrijheid te verdedigen). Boon schrijft: ‘Amerika is het sterkste land ter wereld. In de geschiedenis hebben we meer grootmachten gezien. Nazi-Duitsland, Sovjet-Unie, het Britse Empire, het Ottomaanse Rijk, het Romeinse Rijk. Voor welke idealen vochten deze landen? Om het welzijn van een kleine elite, of om het welzijn van een bepaald volk of ras, of om het welzijn van een land. Maar niet om het ideaal vrijheid, in de hele wereld.

‘Veel mensen denken dat Amerika alleen uit eigenbelang handelt. Ik niet. Eigenbelang speelt een rol, en dat is ook niet vreemd of afkeurenswaardig. Maar in de eerste plaats staat Amerika voor het ideaal vrijheid, en staat het Amerikaanse leger voor het ideaal vrijheid.’

Ene ‘makker’ reageert fel: ‘Tja, die Jasper is blijkbaar al flink gedrilld en gebrainwashed met die valse beloftes en pretenties die er ze bij het Amerikaanse leger er in stampen. Kijk maar eens om je heen wat voor ellende dat klote Amerika de wereld heeft gebracht. De VS is een egoïstisch, agressief, hypcriet en zelfgenoegzaam land dat de wereld zijn eigen corrupte waarden wil bijbrengen.’

Heldere taal, waarvan Boon zich niet onder de indruk toont: ‘Ik ben dankbaar voor de Amerikaanse inspanningen ruim zestig jaar geleden, waardoor jij in alle vrijheid kunt zeggen wat je zegt.’

Boon is een typisch voorbeeld van iemand die heftige reacties oproept op het Volkskrantblog. Sommige mensen dwepen met hem: ‘Doorgaan Jasper, ik vind het mooi dat je de tijd en de moeite neemt je bevindingen op te tekenen’, schrijft JB. En anderen hekelen zijn ‘belerende toon’ en vinden dat hij veel te veel dweept met Amerika.

Boon is, hoe dan ook, een man van de lange adem. Met een ijzeren regelmaat publiceert hij nieuwe berichten uit Utah. Maar talrijker zijn de mensen die kort willen reageren op een actueel onderwerp. Deze week vormde het overlijden van een baby, een kind van ouders die door de autoriteiten eerst werden betiteld als ‘zwakbegaafd’ en vervolgens als ‘sociaal zwak’ en ‘heel simpel’, zo’n onderwerp. Nadat ‘Zwollywood’ als eerste het bericht signaleerde, ging Kees van Loon in op het plan van de PvdA om sommige mensen het krijgen van kinderen onmogelijk te maken. Hij waarschuwt voor toestanden als ‘in het communistisch land China’.

Beiden publiceerden in de rubriek ‘zorg’. Het is interessant – maar het is niet wat we eigenlijk wilden toen we het categorieënsysteem bedachten. Het idee was dat in die rubrieken juist de mensen uit de praktijk aan het woord zouden komen: in de zorgcategorie de verplegers, de artsen, de verpleeghuiswerkers; in de onderwijscategorie de onderwijzers, leraren en conciërges, met verhalen uit de praktijk van ziekenhuiskamer en klaslokaal. Dat gebeurt helaas nog te weinig.