Hoe science fiction onze wereld verandert

Science Fiction boekenDe fictie die ik het liefste lees, is Engelstalige (veelal Amerikaanse) science fiction. En dan niet zozeer het genre fantasy of space opera (met grootscheepse, op interstellaire schaal uitgevochten oorlogen tussen mensen en achtpotige aliens), maar wel de zogeheten hard science fiction, waarin de huidige stand van de wetenschap wordt geëxtrapoleerd naar de nabije toekomst.

En het andere type dat me interesseert is de dystopische science fiction, die veel meer handelt over het effect van technologische innovatie op de menselijke geest, relaties en maatschappij. Auteurs als de oudjes Arthur C. Clarke of Isaac Asimov, en hun jongere broers Neal Stephenson (Cryptonomicon, Snow Crash), Stephen Baxter, William Gibson (Neuromancer), Philip K. Dick (A Scanner Darkly) behoren tot mijn favorieten. Momenteel race ik door Kim Stanley Robertson, die een prachtige trilogie publiceerde over de pogingen om van Mars een leefbare planeet te maken.

Ik zag deze week toevallig een paar publicaties die voeding geven aan de gedachte dat, hoe je ook in literair opzicht over scifi mag denken, het genre  daadwerkelijk vaak inspiratiebron is voor praktische uitvindingen. Bekijk deze graphic eens (tekst gaat verder onder de afbeelding):

History of Books that Forecast the Future Infographic

Natuurlijk is het plaatje een beetje misleidend, want het heeft alleen de voorspellingen opgenomen die ook daadwerkelijk uitkwamen; ik vermoed dat er veel meer zijn gedaan die niet uitkwamen. Maar dat is niet het punt; veel belangrijker is het dat goede scifi inspirerend kan zijn voor echte nieuwe wetenschap en echte maatschappelijke en economische  innovatie. Wat me brengt op een tweede verhaal dat ik deze week las, op de site van het Smithsonian, How America’s Leading Science Fiction Authors Are Shaping Your Future. Een quote uit het einde van dit lange verhaal vat het aardig samen (maar lees vooral het hele stuk!):

Science fiction, at its best, engenders the sort of flexible thinking that not only inspires us, but compels us to consider the myriad potential consequences of our actions. Samuel R. Delany, one of the most wide-ranging and masterful writers in the field, sees it as a countermeasure to the future shock that will become more intense with the passing years. “The variety of worlds science fiction accustoms us to, through imagination, is training for thinking about the actual changes—sometimes catastrophic, often confusing—that the real world funnels at us year after year. It helps us avoid feeling quite so gob-smacked.”

Het derde verhaal gaat over Google X, het geheime lab van Google waar onder andere de Glass het licht zag, het plan werd gelanceerd om de hele wereld te voorzien van gratis internet door wifi-weerballonnen op te laten, en de zelfrijdende automobiel wordt vervolmaakt. De mensen die er werken worden geacht om niet incrementeel maar revolutionair te denken. Het gaat ze niet om een auto die 1 op 50 rijdt (in plaats van de huidige 1 op 15 of zo), maar om een vervoermiddel waarmee 1 op 500 te halen is. Dat vereist een compleet nieuwe manier van denken en het loslaten van alle voor waar aangenomen zekerheden. Ook dit is iets waarbij goede science fiction kan helpen.

Infographic van PrinterInks

Optimisme, kansen en twijfels

2014-03-27 11.11.06Wie dit blog regelmatig volgt, weet dat ik me af en toe behoorlijk kritisch heb uitgelaten over de publieke omroep. Dan zal het vreemd overkomen dat ik het nieuwe Hoofd Digitaal van de VPRO word, zoals gisteren aangekondigd. En het klopt, ik heb getwijfeld of ik wel in zou moeten gaan op de uitnodiging om te komen praten. Niet om de inhoud: het is een van de interessantste posities binnen het wereldje van de nieuwe media.

De VPRO maakt mijn favoriete  programma’s (met Tegenlicht als mooiste voorbeeld), maar is ook van oudsher de meeste innovatieve omroep. Ik herinner me mijn eerste bezoek, misschien wel tien jaar geleden, toen ik nog Hoofd Online van de Volkskrant was. We gingen praten over cinema.nl, in die tijd nog een gezamenlijk project van VK en VPRO. We werden ontvangen door Erwin Blom en GertJan Kuiper, en Erwin liet mij vol trots zien hoe de VPRO applicaties aan het ontwikkelen was voor de digitale kanalen van de publieke omroep. Let wel, dit was in een tijd dat nog geen enkele kabelaar een digitaal kanaal kon doorgeven.

Vijf redenen om toch te gaan praten:

  • de kwaliteit van de programma’s staat centraal
  • die gespitstheid op innovaties,
  • de onmiddellijke vertaalslag van uitvinding naar toepasbaarheid,
  • het nadenken over hoe die nieuwe technieken ook andere verhaalvormen mogelijk maken,
  • plus de strategische betekenis van dit alles voor de VPRO

En als je dan een paar inspirerende gesprekken voert met VPRO’ers die deze ontwikkelingen mogen leiden – ja, dan wordt de stap wel een stuk eenvoudiger. En daar komt simpelweg bij dat het buitengewoon eervol is om in de voetsporen te mogen treden van Erwin en zijn opvolger, Erik van Heeswijk.

De twijfels zitten in het achterlaten van mijn bedrijf. Ik ben ruim vier jaar ondernemer geweest, heb hele leuke klussen gedaan en fijne klanten gehad. De vrijheid van het ondernemerschap is me goed bevallen. En de twijfels zitten ook in de ruimte die de afzonderlijke omroepverenigingen nog hebben om mooie dingen te maken. Hoe bureaucratisch is de NPO? Hoe groot zijn de mogelijkheden? Op dit moment heb ik nog geen idee.

Ik zie er ook naar uit om een vergelijking te kunnen maken tussen de Volkskrant en de VPRO. Ik deed bij de krant immers bijna hetzelfde werk, en ik ben er vertrokken, na de overname door Persgroep, omdat ik de ruimte voor zelfstandige innovatie steeds kleiner zag worden. Mijn indruk op dit moment is dat de VPRO steviger in de schoenen staat. Misschien ben ik te optimistisch. Maar dan leest u het hier.

De stilte verklaard

logo_300Na maanden van stilte kan ik nu eindelijk verklaren waarom je zo weinig van me hebt gehoord, de afgelopen maanden. Ik ben samen met mijn oud-Volkskrant collega Eddy Hamoen heel druk bezig geweest met het opbouwen van een nieuw platform voor 3D-productie, genaamd 3dPlaza. Vanmiddag, maandagmiddag de 9e september, wordt ons initiatief officieel gelanceerd met het aanbieden van een hoed die uit de 3D-printer komt aan Anne-Wil Lucas, Tweede-Kamerlid voor de VVD.

De bouw is een enorme aanslag geweest op mijn tijd – ik kon mijn andere werkzaamheden er nog goed bij hebben, maar dit weblog heeft eronder geleden. Mijn verontschuldigingen. Ik hoop in de toekomst weer iets meer tijd te kunnen maken voor het blog.

Hoe dan ook, 3dPlaza is in zekere zin de verwezenlijking van een droom. Wat mij het meeste aanspreekt in ons concept, is het gevoel dat we hebben dat we hiermee echt aan het front van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen opereren. Dat we in staat zijn om snel in te spelen op nieuwe technologieën, en dat we van dichtbij kunnen meemaken hoe deze kunst, industrie, design en commercie beïnvloeden. Razend interessant dus. Ik houd jullie op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen.

De perfecte toekomst binnen handbereik

The Rail Yard [Explored] Ik ben een vooruitgangsfetisjist. Ik geloof dat de wereld dag na dag, jaar na jaar, eeuw na eeuw steeds een klein beetje beter wordt. Ik vertaal dat in termen van emancipatie: wij mensen verbeteren ons leven door ons geleidelijk aan steeds meer vrij te maken van restricties die van buitenaf worden opgelegd. Technische vooruitgang bevrijdt ons van de beperkingen van de natuur, politieke en sociale emancipatie ontdoen ons van onze maatschappelijke ketenen.

Uiteraard sluit ik mijn ogen niet voor alle gruwelijkheden die dagelijks overal op de wereld plaatsvinden en die je kunnen doen twijfelen aan de menselijke progressie. Maar toch heb ik de sterke neiging om die gruwelijkheden te beschouwen als krassen in een lijn die, over het geheel, een opwaartse trend van bevrijding laat zien.

Dit ingebakken optimisme is niet heel erg in de mode, geloof ik. Het is trending om somber te zijn, cynisch en pessimistisch. Niet veel mensen geloven tegenwoordig in een toekomst waarin honger niet meer bestaat, oorlog een anomalie is, en de grote meerderheid van de wereldbevolking zelf zijn leven kan bepalen. Want van wie zouden de oplossingen voor de problemen van maatschappij, milieu, gezondheid en politiek moeten komen? Het geloof in de maakbare samenleving is stuk, de overheid is machteloos, grote ondernemingen willen slechts hun aandeelhouders tevreden stellen, het onderwijs lijkt niet meer over de energie te beschikken, en over het morele failliet van religie is genoeg gesproken.

Toch volstaat een kleine blik op de cijfers om het ongelijk van de pessimisten aan te tonen. Op praktisch alle gebieden (sociaal, economisch, politiek) is er sprake van vooruitgang in de meeste wezenlijke indicatoren. De gemiddelde levensverwachting is de afgelopen honderd jaar verdubbeld, het aantal mensen dat in extreme armoede leeft is gehalveerd. Een mooie samenvatting geeft Hans Rosling in deze beroemde Ted Talk:

Steven Johnson, de Amerikaanse auteur van onder andere ‘Where do good ideas come from‘, heeft een nieuw boek gepubliceerd waarin hij antwoord geeft op de vraag waar de nieuwe impuls van menselijke emancipatie vandaan moet komen. In ‘Future Perfect‘ vestigt hij zijn hoop op het stelsel van netwerken van ‘gelijkgestemden’ (peer network is de Engelse term, waarvoor ik nog geen adequate vertaling heb gevonden). Hij beschouwt het internet niet als een panacee, maar als een model. De Zeven Provinciën zijn ook zo’n model, net als de Italiaanse stads-staten van de Renaissance. Dit zijn al dan niet virtuele samenlevingen die niet centraal worden geleid, maar waar besluiten worden genomen op basis van lokale kennis en expertise.

Toen de Franse ingenieur LeGrand in de 19e eeuw de opdracht kreeg een spoorweg-netwerk aan te leggen, was het voor hem logisch dat alle lijnen in Parijs zouden eindigen. Het Franse spoor heeft nog steeds het schema van een ster, met de kern in Parijs. De Duitsers waren in die tijd veel minder geavanceerd – ze deden maar wat en beschikten over een ratjetoe aan lijnen. Toch won Bismarck de Frans-Pruisische oorlog van de jaren zeventig van die eeuw: hij was in staat zijn troepen, die met al die lijntjes en knooppunten gemakkelijk de kortste route konden nemen, veel sneller naar het front te verplaatsen dan de Franse legerleiders, die iedereen via Parijs moesten sturen.

In netwerkjargon heet dat gedistribueerde redundantie. Veel kleine weggetjes leiden naar hetzelfde doel.

De LeGrand-sterren beheersen nog steeds de besluitvorming in de meeste van onze overheden en bedrijven, waar soms, zegt Johnson, andere modellen veel meer effect zouden sorteren. De hoeveelheid data op grond waarvan beleidsmakers in overheid en bedrijven hun besluiten nemen, is niet te overzien. Juist dan is het niet handig dat deze besluitvorming zo gecentraliseerd verloopt. Rigide systemen die van bovenaf worden aangestuurd hebben veel meer moeite om zich snel aan te passen aan veranderende omstandigheden en nieuwe eisen die de omgeving stelt. Als informatiestromen onbelemmerd hun loop kunnen vinden en besluiten op zo laag mogelijk niveau worden genomen, biedt dat elke organisatie meer kansen om te overleven in die snel veranderende omgeving.

Johnson is geen cyber-utopist. Zo zie ik mezelf ook niet. Maar met zijn analogie van het internet als een peer-network biedt hij wel een coherent wereldbeeld dat uitzicht biedt op de aanpak van sommige van onze meest dringende problemen.

En het mooie is: je hoeft geen vooruitgangsfetisjist te zijn om dagelijks een bijdrage te leveren aan het bewijs dat peer-networks werken: dat gebeurt namelijk elke keer als je een pagina van Wikipedia opslaat of een zoekresultaat van Google aantikt.

Foto: Brian Koprowski via Compfight

Jaarlijkse verbouwing achter de rug

Ik geloof dat ik niet de enige ben die professioneel advies levert over bedrijfscommunicatie, maar zijn eigen etalage – deze website – veronachtzaamt. Het excuus klinkt vast bekend: te druk.

Dat mes snijdt aan twee kanten. Het ligt voor de hand dat drukte je belemmert om de tijd te nemen goed na te denken over je eigen presentatie, zowel qua vorm als wat betreft de inhoud. Maar daar komt iets anders bij. Ook de afgelopen maanden, toen we steeds meer last begonnen te krijgen van de crisis, heb ik het razend druk gehad. Dat is natuurlijk hartstikke fijn, maar stimuleert niet direct het gevoel van urgentie. Het liep vanzelf, de klanten kwamen toch wel. Wat zou ik me dan druk maken over het bedenken van wat nieuwe teksten en het vinden van een paar nieuwe afbeeldingen?

Het is zomer (volgens de kalender ten minste) – en ik heb gisteren en vandaag eindelijk de tijd kunnen nemen om mijn site weer eens goed onder handen te nemen. En ik hoop ook weer wat frequenter te kunnen gaan bloggen – er is zoveel om over te schrijven!

En weer valt een instituut van papier om…

Na Britannica komt nu nog een papieren instituut in de problemen. Selexyz, met zijn prachtige boekenwinkels, heeft uitstel van betaling aangevraagd.

De romanticus in mij huilt – ik houd van de sfeer in de meeste boekhandels, en ik bewonder het personeel.

De pragmaticus in mij is onverschillig. Zolang ik maar kan blijven lezen, maakt het mij niet uit. Zoals elke regelmatige lezer van dit blog weet, ben ik ook groot fan van e-books.

De innovator in mij juicht. Als Selexyz verdwijnt, ontstaat er toch weer ruimte op de markt. En als Selexyz niet verdwijnt, is ze in ieder geval gedwongen om te moderniseren.

En de angsthaas in mij vreest en hoopt: dat het bij die modernisering dan maar niet de kant opgaat van Ako en Bruna. Daarvan hebben we er al genoeg.

Oh, die hypocrisie over Apple

Trouwe lezers van dit blog weten dat ik geen groot fan ben van Apple. Ik vind het bedrijf een bedreiging voor het vrije internet, met zijn prachtige maar gesloten systemen en zijn neiging om volledige controle te willen uitoefenen op datgene wat gebruikers doen, zien en lezen met en op hun iPads, iPhones en MacBooks. Maar het huidige gedoe over de productieomstandigheden waaronder werknemers van Apple's toeleveranciers moeten werken, vooral in China, vind ik hypocriet.

Ik ben inmiddels een trouwe gebruiker van Samsung, maar ik geloof niet dat deze Koreaanse maker van mobieltjes er een socialer beleid voert dan Apple. Mijn laptop is een Asus, en maken de Taiwanezen geen gebruik van goedkope arbeid? Shoppen zij niet in de buurlanden om te zien waar ze het meest uit hun personeel kunnen trekken?

Ik geloof er niets van dat Samsung, Asus of welke gadgetmaker dan ook een socialer beleid voert dan Apple.

Wat mij betreft moet de kritiek op Apple breder worden getrokken. Ik vind dat wij als consumenten bereid moeten zijn om tien of vijftien procent meer te betalen voor onze mooie gadgets. En dat we dan met recht mogen eisen dat zij schone producten afleveren. In termen van rechtvaardighed en in termen van milieu.

Hoe handige software je leven comfortabeler maakt

Een screenshot van FeedDemon

Sinds ik vorige maand eindelijk verlost raakte van mijn vreselijke Nokia N97, heb ik me gevoeld als een kind in Luilekkerland. Ik heb het natuurlijk over de Android-market, waar ik een aantal gratis apps heb opgepikt die ik dagelijks gebruik op mijn nog glanzend nieuwe Samsung Galaxy S2. (Nee, dit is geen betaald stukje – dit is echt, puur, onversneden enthousiasme van een heavy user).

Het probleem dat ik wilde oplossen is het volgende: ik ben nog steeds een fan van een oude technologie, die naar mijn gevoel nog helemaal niets aan belang heeft ingeboet: RSS. Ik gebruik de gratis versie van FeedDemon, waarin dagelijks een paar honderd nieuwe berichten binnenlopen – van uiteenlopende sites als ReadWriteWeb, Emerce, de internet- en techsecties van Guardian en New York Times, en Planet PHP. Ik heb lang niet elke dag tijd om achter mijn laptop te gaan zitten en al die koppen te bekijken. Als ik de hele dag op pad ben om een training te geven of een klant te bezoeken, gaat mijn laptop zelfs niet aan. Tot mijn grote leedwezen, want als dat een paar dagen achter elkaar gebeurt, alarmeert FeedDemon mij dat ik wellicht de panic button wil indrukken en zo in een klap een paar duizend ongelezen artikelen als gelezen wil markeren. Dat verlicht de druk – o jee, al die interessante ongelezen stukken – maar is natuurlijk niet de bedoeling.

De oplossing zit in mijn smartphone en werkt als volgt. Het begint bij de synchronisatie tussen FeedDemon en mijn account bij Google. Ik zorg ervoor dat, als ik mij abonneer op een nieuwe feed, dit nieuwe abonnement in de cloud bij Google Reader ook bekend is. Deze synchronisatie is een optie van FeedDemon die ik elke gebruiker kan aanraden. Zij zorgt er namelijk voor dat niet alleen je abonnementen gelijk lopen (wat handig is als je FeedDemon op verschillende computers is geïnstalleerd, thuis en op je werk), maar ook dat de gelezen artikelen worden gelijk getrokken.

Op mijn Samsung heb ik vervolgens gReader geïnstalleerd – het equivalent van FeedDemon voor mijn mobiel. Twee keer per dag synchroniseert gReader de gelezen artikelen en haalt het mijn abonnementen op. Omdat de synchronisatie via Google Reader verloopt, zie ik dus ook op mijn telefoon precies wat ik nog moet lezen. Ik kan nu veel sneller op verloren momenten, als ik ergens op wacht of onderweg ben, even de nieuwe artikelen scannen. Het is kortom veel gemakkelijker geworden om alle feeds bij te houden.

De derde fase zit in het bewaren van interessante verhalen. Want laten we wel wezen: 90 procent van de koppen die ik zie, klik ik niet aan – niet interessant genoeg. Voor de resterende 10 procent heb ik eigenlijk twee keuzes: onmiddellijk lezen, of later lezen. Kortere stukjes lees ik bijna altijd meteen; langere verhalen bewaar ik  voor offline lezen door middel van een andere cloud based  app, genaamd ReadItLater. Een enkel verhaal vind ik zo interessant dat ik voor langere tijd wil bewaren. Dat kunnen technische tutorials zijn, of interessante beschouwingen over de toekomst van de journalistiek, of ingewikkelde analyses over de patentenstrijd tussen Google en Apple. Daarvoor heb ik de beschikking over alweer een in de cloud gebaseerde dienst genaamd Evernote.

In Evernote bewaar ik aantekeningen, foto's, maar ook belangrijke bestanden of  interessante webpagina's. Die kunnen allemaal worden getagd en in categorieën worden ondergebracht. Technische handleidingen gaan in een categorie genaamd 'programmeren' en worden voorzien van tags als 'Zend Framework' of 'Serverbeheer'. Veel artikelen gaan in een categorie genaamd 'blog', om er later inspiratie bij het bloggen uit te putten.

Effect van dit alles: ik raak minder kwijt – het is gemakkelijker om interessante zaken te bewaren. Ik zit vaker  in de huiskamer en minder achter mijn bureau – via mijn smartphone of via mijn Galaxy Tablet (waarop ik op precies dezelfde manier werk en die vanwege zijn grotere scherm nog een stukje comfortabeler is) kan ik alles bijhouden. Mijn laptop staat iets minder vaak aan. En het belangrijkste: het bijhouden van mijn feeds voelt niet langer als werken, maar als het bijhouden van mijn hobby: alle belangrijke nieuwe ontwikkelingen te volgen die met het internet, met nieuwe media, met programmeren en met journalistiek te maken hebben.

En oja, voor het geval het nog niet duidelijk is: alle in dit stukje genoemde toepassingen zijn gratis.

 

Ik vertrouw Google niet, maar Apple nog minder

Ik heb af en toe tamelijk verhitte discussies met mensen die zweren bij Apple. Het is wel een eenzijdige verhitting – het gebruik van willekeurig welke software of hardware is voor mij geen kwestie van religie, zoals het voor sommige anderen wel lijkt te zijn. Ik let toch vooral op wat praktisch is, op wat werkt en wat niet werkt.

En gek genoeg vind ik het belangrijker om aandacht te besteden aan hoe iets fout gaat, dan om te letten op wat er precies goed gaat. Als er twee producten zijn die allebei fouten vertonen, dan is voor mij een belangrijk criterium hoe die producten omgaan met hun fouten. Het product dat op elegante wijze struikelt, heeft bij mij tien strepen voor op het product dat valt, net doet of er niks aan de hand is, en fluitend weer zijn weg gaat.

Klinkt tamelijk raar, dat begrijp ik. Een concreet voorbeeld dan. Tot vorige week was ik de ongelukkige eigenaar van een Nokia N97 mini. Een apparaat dat een jaar of twee geleden op de markt kwam, en mij van begin af aan niks dan ellende bezorgde. Het was voor mij bijvoorbeeld bijna onmogelijk een telefoongesprek te beëindigen. Een telefoon aan het oor betekent dat het touchscreen disabled is – logisch, want anders zou elke aanraking met het oor tot ongewenste effecten leiden. Maar voordat de touchscreen weer reageerde op mijn aanrakingen, was ik bij wijze van spreke tientallen seconden verder. Niet handig. En vooral: wat ik ook veranderde in de instellingen, ik kon er niks aan doen. Zoektochten op internet leverden niks op. En dit was maar een van de vele klachten die ik over dit apparaatje had. En Nokia zelf? Gaf geen sjoege.

Ik heb nu een Samsung Galaxy S2. Wat een opluchting. Prachtig om te zien, snel, tjokvol hippe functies, niet te vergeten een uitgebreide Market waar ik allerlei uitbreidingen kan kopen of gratis kan krijgen.

Maar denk ik nu dat ik de hele leeftijd van dit apparaatje er net zo blij mee blijf als ik nu ben? Tuurlijk niet. Ik ben niet naïef. Ook dit ding zal struikelen, vastlopen, last krijgen van nukken en grillen. Maar het grote verschil is dat een simpele zoektocht naar de werking van Android, het installeren van deze of gene App, of de oorzaken van mogelijke fouten een waar mer à boire oplevert van wetenswaardigheden. Dat komt omdat Android in wezen een open systeem is – in tegenstelling tot de systemen van Nokia, Microsoft en Apple.

Zoals technologie altijd zal falen – volgens Cory Doctorow een wezenskenmerk van technologie: chaos ligt altijd op de loer – zo zijn ondernemingen nooit te vertrouwen. Zelfs niet Google. 'Don't be evil' is een lege kreet. Ondernemingen zijn uit op winst, dat is alles. Google net zo goed als Apple of Microsoft. Maar het grote verschil tussen Google en Apple is dat Google op een elegantere manier dan Apple de fout in gaat. Google's falen is controleerbaarder dan dat van Apple.

Apple, Google en Facebook zijn volgens mij de meest innovatieve ondernemingen van de afgelopen tien jaar. Ik bewonder ook – nog steeds – Microsoft en Amazon. Google's producten zijn niet mooier of beter dan die van de concurrentie – ik wantrouw Google slechts iets minder dan de rest. Als het moet, shop ik bij Amazon, post ik wat op Facebook, of gebruik ik software van Microsoft. Maar waar ik echt kan kiezen, heb ik het liefst Google.

Regel #1: leg je afwezigheid uit

Weinig geblogd de laatste tijd; en als het erop aankomt, ook weinig getwitterd. Dat is het probleem met publiceren op het internet. Als je daarmee eenmaal begint, of het nu een volwaardig blog is als dit of een microblog als Twitter, dan is het ook wel zaak om dat met enige regelmaat bij te houden. Gelukkig biedt het internet ook de oplossing voor dit probleem: als je dan eenmaal een rustig  momentje vindt, gebruik je dat meteen om je afwezigheid uit te leggen. In mijn geval is het simpel: ik ben in januari met een groot project bezig geweest (een training voor 80 redacteuren van een regionale krant) dat een groot deel van de maand opslokte; en ook de perikelen rondom het VKBlog namen een flink aantal uren in beslag. En ik heb de afgelopen weken een paar duizend kilometers gemaakt om bij bedrijven en instellingen op bezoek te gaan die behoefte hebben aan een sparring partner om even mee te brainstormen over nieuwe producten en ideeën.

Vorige week kreeg ik een freelance journalist op bezoek die voor de Groene Amsterdammer een stuk wilde schrijven over de teloorgang van het VKBlog. Zijn interview deed me eraan denken dat ik als Hoofd Online en eindverantwoordelijke voor dat mooie sociale netwerk hetzelfde heb meegemaakt (alhoewel ik toen nog niet twitterde en veel minder actief aan het bloggen was). Als je professioneel of zakelijk betrokken bent bij een sociaal netwerk, dan is dat feitelijk een 24-uursbaan die ook je vakanties en weekends in beslag neemt. Voor de bloggers zelf is het een hobby, die soms, toegegeven, behoorlijk uit de hand kan lopen. Misschien doe ik er ooit nog een doekje over open, maar laat ik het voor nu houden bij de observatie dat ik behoorlijk wat  verslavingen heb zien ontstaan. En als je als beheerder niet onmiddellijk reageert op een vraag of een probleem oplost, deug je onmiddellijk niet.

Natuurlijk is dat ook de weeffout geweest bij het VKBlog: het feit dat de hele constellatie gewoon veel te afhankelijk was van de inzet van slechts enkele personen. Maar het punt dat ik wil maken is simpelweg: als je zakelijk publiceert via het internet, moeten langere periodes van absentie zoveel mogelijk worden vermeden. Lukt dat niet, dan moet je je verklaren. Want als je dat niet doet, dan verwaarloos je het publiek dat je in de loop van de tijd hebt opgebouwd.