De perfecte toekomst binnen handbereik

The Rail Yard [Explored] Ik ben een vooruitgangsfetisjist. Ik geloof dat de wereld dag na dag, jaar na jaar, eeuw na eeuw steeds een klein beetje beter wordt. Ik vertaal dat in termen van emancipatie: wij mensen verbeteren ons leven door ons geleidelijk aan steeds meer vrij te maken van restricties die van buitenaf worden opgelegd. Technische vooruitgang bevrijdt ons van de beperkingen van de natuur, politieke en sociale emancipatie ontdoen ons van onze maatschappelijke ketenen.

Uiteraard sluit ik mijn ogen niet voor alle gruwelijkheden die dagelijks overal op de wereld plaatsvinden en die je kunnen doen twijfelen aan de menselijke progressie. Maar toch heb ik de sterke neiging om die gruwelijkheden te beschouwen als krassen in een lijn die, over het geheel, een opwaartse trend van bevrijding laat zien.

Dit ingebakken optimisme is niet heel erg in de mode, geloof ik. Het is trending om somber te zijn, cynisch en pessimistisch. Niet veel mensen geloven tegenwoordig in een toekomst waarin honger niet meer bestaat, oorlog een anomalie is, en de grote meerderheid van de wereldbevolking zelf zijn leven kan bepalen. Want van wie zouden de oplossingen voor de problemen van maatschappij, milieu, gezondheid en politiek moeten komen? Het geloof in de maakbare samenleving is stuk, de overheid is machteloos, grote ondernemingen willen slechts hun aandeelhouders tevreden stellen, het onderwijs lijkt niet meer over de energie te beschikken, en over het morele failliet van religie is genoeg gesproken.

Toch volstaat een kleine blik op de cijfers om het ongelijk van de pessimisten aan te tonen. Op praktisch alle gebieden (sociaal, economisch, politiek) is er sprake van vooruitgang in de meeste wezenlijke indicatoren. De gemiddelde levensverwachting is de afgelopen honderd jaar verdubbeld, het aantal mensen dat in extreme armoede leeft is gehalveerd. Een mooie samenvatting geeft Hans Rosling in deze beroemde Ted Talk:

Steven Johnson, de Amerikaanse auteur van onder andere ‘Where do good ideas come from‘, heeft een nieuw boek gepubliceerd waarin hij antwoord geeft op de vraag waar de nieuwe impuls van menselijke emancipatie vandaan moet komen. In ‘Future Perfect‘ vestigt hij zijn hoop op het stelsel van netwerken van ‘gelijkgestemden’ (peer network is de Engelse term, waarvoor ik nog geen adequate vertaling heb gevonden). Hij beschouwt het internet niet als een panacee, maar als een model. De Zeven Provinciën zijn ook zo’n model, net als de Italiaanse stads-staten van de Renaissance. Dit zijn al dan niet virtuele samenlevingen die niet centraal worden geleid, maar waar besluiten worden genomen op basis van lokale kennis en expertise.

Toen de Franse ingenieur LeGrand in de 19e eeuw de opdracht kreeg een spoorweg-netwerk aan te leggen, was het voor hem logisch dat alle lijnen in Parijs zouden eindigen. Het Franse spoor heeft nog steeds het schema van een ster, met de kern in Parijs. De Duitsers waren in die tijd veel minder geavanceerd – ze deden maar wat en beschikten over een ratjetoe aan lijnen. Toch won Bismarck de Frans-Pruisische oorlog van de jaren zeventig van die eeuw: hij was in staat zijn troepen, die met al die lijntjes en knooppunten gemakkelijk de kortste route konden nemen, veel sneller naar het front te verplaatsen dan de Franse legerleiders, die iedereen via Parijs moesten sturen.

In netwerkjargon heet dat gedistribueerde redundantie. Veel kleine weggetjes leiden naar hetzelfde doel.

De LeGrand-sterren beheersen nog steeds de besluitvorming in de meeste van onze overheden en bedrijven, waar soms, zegt Johnson, andere modellen veel meer effect zouden sorteren. De hoeveelheid data op grond waarvan beleidsmakers in overheid en bedrijven hun besluiten nemen, is niet te overzien. Juist dan is het niet handig dat deze besluitvorming zo gecentraliseerd verloopt. Rigide systemen die van bovenaf worden aangestuurd hebben veel meer moeite om zich snel aan te passen aan veranderende omstandigheden en nieuwe eisen die de omgeving stelt. Als informatiestromen onbelemmerd hun loop kunnen vinden en besluiten op zo laag mogelijk niveau worden genomen, biedt dat elke organisatie meer kansen om te overleven in die snel veranderende omgeving.

Johnson is geen cyber-utopist. Zo zie ik mezelf ook niet. Maar met zijn analogie van het internet als een peer-network biedt hij wel een coherent wereldbeeld dat uitzicht biedt op de aanpak van sommige van onze meest dringende problemen.

En het mooie is: je hoeft geen vooruitgangsfetisjist te zijn om dagelijks een bijdrage te leveren aan het bewijs dat peer-networks werken: dat gebeurt namelijk elke keer als je een pagina van Wikipedia opslaat of een zoekresultaat van Google aantikt.

Foto: Brian Koprowski via Compfight